Voorbereiding op de operatie van uw huisdier

U hebt een afspraak gemaakt voor een operatie van uw huisdier. Hoe gaat dit verder in zijn werk?

  • U brengt het dier (volgens afspraak) tussen 08.30 uur en 08.45 uur in de ochtend.
  • Honden en katten moeten nuchter zijn, d.w.z. 's avonds na 18:00 uur géén eten meer, wel water. Bij konijnen is het erg belangrijk dat ze gewoon eten tot het moment van binnenkomst!
  • Het dier verblijft in onze opname.
  • Voorafgaand aan de operatie krijgt het dier van ons pijnstilling en antibiotica. Bij sommige operaties krijgt u van ons nog extra pijnstilling mee naar huis.
  • U mag uw huisdier meestal aan het einde van de middag weer op komen halen.
  • 10 dagen na de operatie zien wij uw dier graag terug voor controle en om eventuele hechtingen te verwijderen.

De castratie van de reu / kater / ram

Redenen om uw huisdier te laten castreren

  • Dominant of agressief gedrag t.o.v. mensen en/of andere dieren
  • Overlast/afleiding van loopse/krolse teven/poezen in de buurt
  • Voorhuidsontsteking bij reuen
  • Medische indicaties bij reuen: Prostaatvergrotingen, testikeltumoren, tumoren rond de anus

Een castratie is wat betreft het afremmen van de dominantie niet 100% effectief. Dit kan namelijk ook aangeleerd gedrag zijn. Er is wel een grote kans dat het dier door de castratie rustiger wordt. U hoeft niet bang te zijn dat het dier té rustig wordt als u net zo actief bezig blijft met het dier als voor de castratie.

Een nadeel van de castratie is dat de hond wat makkelijker dik wordt. Het dier zet zijn voeding sneller om in vet. Een ander nadeel is dat de vachtstructuur van de hond kan veranderen. De vacht wordt wolliger en moeilijker te onderhouden.

Tijdens de castratie worden beide testikels verwijderd. De huid wordt bij de kater en ram níet gehecht, deze wordt dicht geplakt. Bij de reu wordt de huid onderhuids gehecht. U hoeft dus niet meer terug te komen om de hechtingen te laten verwijderen.

 

De castratie van de teef / poes / voedster

Redenen om uw (vrouwelijke) huisdier te laten castreren

  • Ongemak tijdens loopsheid en/of krolsheid
  • Schijndrachtigheid van uw huisdier
  • Ongewenste dekkingen
  • Het verminderen van het risico op melkkliertumoren
    • Het risico op deze tumoren wordt kleiner wanneer uw huisdier jong gecastreerd wordt
    • Bij katten zijn deze tumoren vaak kwaadaardig
    • Hoe vaker de hond/kat loops/krols is geweest, hoe groter het risico op melkkliertumoren
    • De prikpil of poezenpil vergroot de kans op melkkliertumoren
  • Het voorkomen van baarmoederontsteking bij de teef
    • Niet gesteriliseerde teven van middelbare leeftijd hebben een grote kans op baarmoederontsteking
    • Het verschil met het jong laten castreren van uw teef is dat we dan een ouder en ziek dier moeten opereren, wat een verhoogd narcose risico geeft. Een gecastreerde teef kan geen baarmoederontsteking meer krijgen.
  • Het verminderen van de kans op suikerziekte bij de teef
    • Wanneer de teef gecastreerd is geeft dit een kleiner risico op suikerziekte op oudere leeftijd. Dit komt doordat de geslachtshormonen die door de eierstokken geproduceerd worden een effect hebben op de bloedsuikerspiegel.


De operatie wordt geen sterilisatie, maar een castratie genoemd omdat de eierstokken (en eventueel de baarmoeder) van het dier verwijderd worden. Bij een sterilisatie zouden alleen de eileiders afgebonden worden, waardoor de teef/poes toch loops/krols kan worden.
Het dier wordt inwendig gehecht. Deze hechtingen lossen vanzelf op; u hoeft dus niet terug te komen om deze te laten verwijderen. Ook wordt hiermee de kans kleiner dat het dier erg aan de wond gaat likken of bijten.

 

Nadelen van de castratie

 

  • Sommige honden, met name de grotere rassen, zijn gevoelig voor incontinentie. Het wegvallen van de geslachtshormonen na de castratie geeft na een tijdje een verminderde spierspanning op de blaashalskringspier, met incontinentie van urine tot gevolg. Deze vorm van incontinentie is met medicijnen goed te behandelen, maar deze behandeling is voor de rest van het leven. Gevoelige rassen zijn: de Boxer, Dobermann, Dwergpoedel, Bobtail, Weimaraner, Riesenschnauzer, Rottweiler, Bouvier en de Ierse Setter.
  • Sommige rassen kunnen een andere vachtstructuur krijgen. De vacht wordt dan wat wolliger en moeilijker te onderhouden. Voorbeelden van rassen waarbij dit voor kan komen zijn: Cocker Spaniels, Afghaanse Windhonden, Newfoundlanders, Ierse Setters en langharige Teckels.
  • Honden worden na de castratie wat makkelijker te dik. De hoeveelheid voeding (en beweging) dient dus aangepast te worden.